ECLI:NL:OGAACMB:2017:115
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bij het gerecht een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het Landsbesluit van 9 juni 2017, waarin haar vrijstelling van dienst met en zonder behoud van inkomen was geregeld. Tevens werd haar verplicht vakantie opgelegd en werd zij met ingang van 1 juli 2016 in activiteiten hersteld.
Naar aanleiding van een inhouding op haar salaris in september 2017 verzocht verzoekster om schorsing van het besluit en terugbetaling van het ingehouden bedrag. Het gerecht behandelde het verzoek op 6 november 2017 in raadkamer, waarbij verzoekster en haar gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerders.
Het gerecht overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat van verzoekster niet kan worden gevergd de bodemprocedure af te wachten. Hoewel verzoekster stelde financiële verplichtingen te hebben waaraan zij niet kon voldoen, werd dit niet aannemelijk gemaakt. Verweerders stelden dat verzoekster haar maandelijkse inkomen nog ontvangt en niet in financiële nood verkeert.
Het gerecht concludeerde dat het spoedeisend belang onvoldoende was aangetoond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. De beslissing is genomen door rechter W.J. Noordhuizen en uitgesproken op 20 november 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.