ECLI:NL:KTGZAA:2001:AB1633
Kantongerecht Zaandam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Rabobank veroordeeld tot betaling spaarsaldo wegens onredelijke bewijsafspraak
Eiser sloot in 1973 een spaarovereenkomst met Rabobank Edam-Volendam en deed een laatste opname in 1974, waarna een saldo van ƒ 10.000 in het spaarbankboekje stond. Na tien jaar verblijf in het buitenland vroeg eiser in 1999 uitbetaling van dit saldo, welke door de bank werd geweigerd.
De bank kon geen administratie overleggen van vóór 1992 en baseerde zich op een computeruitdraai uit 1978 die een saldo van nihil aangaf. Volgens het reglement van de bank beslissen de bankboeken bij verschil met het spaarbankboekje, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. De kantonrechter oordeelde dat deze bewijsafspraak onredelijk bezwarend is, vooral omdat de bank haar administratie had vernietigd en eiser daardoor vrijwel onmogelijk tegenbewijs kon leveren.
De kantonrechter stelde dat het spaarbankboekje, waarin het saldo van ƒ 10.000 stond vermeld, voldoende bewijs vormt dat na 1974 geen opnames meer zijn gedaan. De bank werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de proceskosten, met uitzondering van de gevorderde nakosten wegens gebrek aan wettelijke grondslag.
Uitkomst: Rabobank Edam-Volendam wordt veroordeeld tot betaling van ƒ 10.000 aan eiser en de proceskosten.