ECLI:NL:KTGUTR:2000:AA7496

Kantongerecht Utrecht

Datum uitspraak
6 september 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
194236-CV-00-4353
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:228 lid 1 onder c BWArt. 7:17 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging koopovereenkomst brommobiel wegens dwaling en niet-toelating op Nederlands wegennet

In deze zaak vordert eiser de ontbinding van een koopovereenkomst van een brommobiel en terugbetaling van de koopsom. Eiser stelt dat de brommobiel niet het afgesproken merk Ligier betreft, maar een ander merk, Marden, met een ander bouwjaar en dat het voertuig niet is toegelaten op het Nederlandse wegennet. Tevens is het identificatienummer niet in Nederland uitgegeven en zijn er geen onderdelen beschikbaar.

Gedaagde betwist deze stellingen en voert aan dat hij de brommobiel als Ligier bouwjaar 1993 heeft gekocht en verkocht. Hij ontkent de illegale status en stelt dat hij geen kennis had van onjuistheden.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst vernietigbaar is op grond van dwaling, ook indien de wederpartij dezelfde onjuiste veronderstelling had, omdat het voor gedaagde duidelijk had moeten zijn dat eiser de overeenkomst niet had gesloten als hij wist dat de brommobiel niet op de Nederlandse wegen mocht rijden. Daarnaast is ontbinding aangewezen wegens niet-nakoming van de verplichting een conform product te leveren. De koopprijs wordt terugbetaald met wettelijke rente vanaf 18 mei 2000. Proceskosten worden aan eiser toegewezen.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt vernietigd en gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom met rente en proceskosten.

Uitspraak

Rolno. 194236-CV-00-4353
V O N N I S
van de kantonrechter te Utrecht in de zaak van:
eisende partij, wonende te (woonplaats)
eisende partij volgens dagvaarding bij formulier dat door de griffier is verzonden op 17 mei 2000,
gemachtigde: gemachtigde,
tegen:
gedaagde partij, wonende te ( woonplaats)
gedaagde partij,
beiden procederende in persoon.
Verloop van de procedure
De eisende partij heeft bij formulierdagvaarding een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij.
De gedaagde partij heeft geantwoord.
De kantonrechter heeft daarna partijen gelegenheid gegeven een schriftelijke toelichting in te dienen.
Partijen hebben een schriftelijke toelichting ingediend.
Hierna is door de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.
Motivering
1.
Partijen zullen in het hiernavolgende worden aangeduid als (in enkelvoud) "eiser" en "gedaagde".
2.
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans niet voldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende vast:
a. Gedaagde heeft in augustus 1999 een zogenaamde brommobiel (hierna: "mobiel") gekocht. Verkoper was, blijkens een door gedaagde in geding gebracht, door de betrokken verkoper getekend briefje, een autobedrijf te Hilversum.
b. In het najaar van 1999 heeft gedaagde de betreffende mobiel in diverse advertenties te koop aangeboden als brommobiel van het merk Ligier bouwjaar 1993.
c. Op 2 februari 2000 is tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de mobiel. De overeengekomen koopprijs, ƒ 8.500,--, is contant voldaan.
d. In de koopprijs waren begrepen de rechten, van een door gedaagde bij Centraal Beheer Schadeverzekering N.V. gesloten (WA) verzekering voor de mobiel, lopende tot en met 31 mei 2000. Op de in geding gebrachte "Verzekeraars hulpkaart" is vermeld dat verzekerd is een motorrijtuig van het merk Ligier met registratienummer (….)
3.
Eiser vordert ontbinding van de koopovereenkomst en veroordeling van gedaagde tot (terug)betaling van de koopsom, vermeerderd met rente en eventuele invorderingskosten. Hij stelt ter ondersteuning van zijn vordering dat de overeenkomst op grond van bedrog c.q. dwaling tot stand gekomen is. Kort na de aankoop is hem gebleken dat de gekochte mobiel niet van het merk Ligier is, maar geproduceerd is onder het (Franse) merk Marden. Voorts bleek dat het bouwjaar van de mobiel niet 1993 maar 1987 was en dat het identificatienummer van het voertuig nooit in Nederland is uitgegeven en het voertuig dus niet is toegelaten op de Nederlandse wegen. Toelating tot het Nederlandse wegennet is ook niet mogelijk omdat er geen onderdelen van de mobiel te koop zijn. Eiser heeft op grond van die bevindingen ontbinding van de koopovereenkomst voorgesteld (met terugbetaling van de koopsom). Op dat voorstel is gedaagde niet ingegaan.
Eiser stelt voorts dat hij bij toeval in contact is gekomen met een vorige eigenaar van de mobiel. Die heeft verklaard dat hij gedaagde vóór de onderhavige verkoop heeft ingelicht dat hij de mobiel met een foute merknaam en een fout bouwjaar te koop aanbood.
4.
Gedaagde voert verweer. Hij stelt dat de mobiel destijds aan hem te koop is aangeboden als zijnde van het merk Ligier met bouwjaar 1993. Hij heeft op zijn beurt de mobiel weer als zodanig te koop aangeboden. Hij betwist dat de door hem verkochte mobiel geen Ligier is en dat hij een onjuist bouwjaar heeft vermeld.
Hij voert verder aan dat hij, ten tijde dat de onderhavige mobiel te koop werd aangeboden, contact heeft gehad met iemand die zei te "denken" dat het mobiel van een ander merk met een ander bouwjaar was. Hij heeft op die mededeling geen acht geslagen omdat de betrokkene zei dat hij die mobiel ooit in Rotterdam had verkocht terwijl gedaagde de onderhavige mobiel in Hilversum had gekocht.
5.
De kantonrechter begrijpt de vordering aldus dat eiser vernietiging van de overeenkomst wil op grond van dwaling of bedrog. Voor een geslaagd beroep op dwaling is, anders dan gedaagde blijkbaar meent, niet in alle gevallen van belang, of de wederpartij van degene die zich op dwaling beroept, de dwalende bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.
Ingevolge het bepaalde in artikel 6:228 lid 1 onder Pro c BW is een overeenkomst ook vernietigbaar "indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden".
Gedaagde betwist de stelling van eiser, dat de onderhavige mobiel niet is toegelaten op het Nederlandse wegennet omdat deze illegaal is geïmporteerd, niet. Wat er ook zij van de juistheid van het door gedaagde bij de verkoop vermelde merk en bouwjaar van de mobiel, gedaagde had moeten begrijpen dat eiser de onderhavige overeenkomst niet zou hebben gesloten als hij geweten had dat de mobiel niet op het Nederlandse wegennet was toegelaten.
De overeenkomst is dus op grond van dwaling vernietigbaar.
6.
De kantonrechter voegt aan het vorenoverwogene ten overvloede nog toe dat ontbinding van de koopovereenkomst ook aangewezen is nu gedaagde zijn verplichting, een zaak te leveren die beantwoordt aan de overeenkomst, niet is nagekomen (artikel 7:17 BW Pro). Een brommobiel die niet tot het Nederlandse wegennet is toegelaten, beantwoordt niet aan de overeenkomst. Het moest gedaagde, als verkoper, immers bekend zijn dat eiser de mobiel kocht om daarmee over de Nederlandse wegen te rijden (Zie H.R. 15 april 1994, NJ 1995,614; Schirmeister/De Heus).
7.
De conclusie van het vorenoverwogene is dat de vordering toewijsbaar is.
Vernietiging van de koopovereenkomst leidt tot de verplichting de betaalde koopsom terug te betalen.
"Eventuele invorderingskosten" zijn binnen het kader van de onderhavige procedure niet toewijsbaar. Dat deel van de vordering wordt dus afgewezen.
Rente wordt toegewezen met ingang van 18 mei 2000, de dag na verzending van de oproepingsbrief door de griffier.
8.
Als in het ongelijk gestelde partij wordt gedaagde in de kosten van de procedure veroordeeld.
Beslissing
De kantonrechter:
vernietigt de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot een brommobiel;
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen kwijting te betalen ƒ 8.500,-- met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2000 tot de voldoening;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij tot de uitspraak van dit vonnis begroot op ƒ 1.315,--, waarin begrepen ƒ 1.000,-- als salaris gemachtigde;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. A.M.A. Verscheure, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 september 2000, in tegenwoordig-heid van de grif-fier.
SW