ECLI:NL:KTGROT:2000:AA7301
Kantongerecht Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Recht op compensatie van niet-genoten vakantieverlof tijdens zwangerschapsverlof
De zaak betreft een geschil tussen een leerkracht basisonderwijs en haar werkgever, Stichting Verenigde Protestants Christelijke Scholen (VPCS), over het recht op compensatie van vakantieverlof dat samenviel met zwangerschaps- en bevallingsverlof.
De werkneemster was sinds 1990 in dienst en had een betrekkingsomvang van 23 uur per week. Tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof van 17 mei 1999 tot 6 september 1999 viel de periode van 12 juli tot 21 augustus samen met de zomervakantie, waarin normaal gesproken vakantieverlof wordt genoten.
De werkneemster vorderde bij vonnis dat haar recht op compensatie van het vakantieverlof over deze periode werd erkend en dat de werkgever haar in de gelegenheid zou stellen deze niet-genoten vakantiedagen alsnog op te nemen. De werkgever verweerde zich met het argument dat het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel (RpBO) van toepassing was, dat de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (BW) zou derogereren.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst mede onder het BW valt en dat artikel 7:636 BW Pro van toepassing is, dat bepaalt dat dagen waarop zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt genoten niet als vakantie mogen worden aangemerkt zonder instemming van de werkneemster. Omdat geen instemming was gegeven, mocht de werkgever deze dagen niet als vakantie aanmerken.
De kantonrechter verwierp het beroep op het RpBO omdat dit niet mag afwijken van het BW in deze situatie. De werkgever werd veroordeeld om de werkneemster in de gelegenheid te stellen de niet-genoten vakantiedagen alsnog op te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De werkgever moet de werkneemster in de gelegenheid stellen haar niet-genoten vakantiedagen tijdens het zwangerschapsverlof alsnog op te nemen.