ECLI:NL:KTGMID:2000:AA4211
Kantongerecht Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Toekenning resterende vakantiedagen aan onderwijsmedewerker ondanks samenval zwangerschapsverlof
Eiseres, werkzaam bij ROC Zeeland, vordert toekenning van dertien vakantiedagen die zij verloor door samenval met zwangerschapsverlof. ROC Zeeland stelt dat onderwijsgevend personeel bij samenval van vakantie en ziekteverlof geen vakantieaanspraken verliest en beroept zich op de CAO-BVE en het RPBO.
De kantonrechter oordeelt dat het RPBO niet mag afwijken van dwingend recht uit het Burgerlijk Wetboek, met name art. 7:636 BW Pro, dat vereist dat verlofdagen wegens zwangerschap alleen met instemming van de werknemer als vakantiedagen kunnen worden aangemerkt. ROC Zeeland kan niet aantonen dat instemming is gegeven.
De rechter stelt vast dat eiseres aanspraak behoudt op dertien vakantiedagen en dat ROC Zeeland deze moet toestaan, tenzij gewichtige redenen zich verzetten. Het belang van continuïteit van het onderwijs vormt geen gegronde reden om opname te weigeren. ROC Zeeland wordt veroordeeld tot naleving en betaling van een dwangsom bij niet-naleving, alsmede tot vergoeding van proceskosten.
In een tussenvonnis werd reeds vastgesteld dat het verlies van vakantieaanspraken tijdens zwangerschapsverlof leidt tot benadeling van vrouwen en dat het Burgerlijk Wetboek bescherming biedt. De kantonrechter benadrukt het ontbreken van een compensatieregeling in het RPBO en wijst erop dat een dergelijke regeling wenselijk zou zijn om de lasten eerlijk te verdelen.
De uitspraak bevestigt het recht van werknemers in het onderwijs om hun wettelijke vakantieaanspraken te behouden en onderstreept de dwingende werking van wettelijke bepalingen boven CAO-afspraken.
Uitkomst: ROC Zeeland moet eiseres toestaan haar resterende dertien vakantiedagen op te nemen en betaalt een dwangsom bij niet-naleving.