ECLI:NL:KTGAMF:2000:AA7370

Kantongerecht Amersfoort

Datum uitspraak
13 september 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
198372 EJ 00-2154
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.H. Geertsema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens ontbreken reïntegratieplan en ziekte werknemer

Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden. De werknemer was sinds 1 mei 1996 in dienst en had sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. De werkgever stelde dat een reïntegratieplan niet nodig was omdat de werknemer sinds september 1999 gedetineerd was en de WAO-uitkering was ingetrokken.

De werknemer betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek omdat hij wegens ziekte niet kon werken en de werkgever geen door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) goedgekeurd reïntegratieplan had overgelegd. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever aan de wettelijke vereisten van artikel 7:685 BW Pro niet had voldaan, omdat het reïntegratieplan ontbrak.

De kantonrechter stelde vast dat de werknemer al vóór zijn detentie arbeidsongeschikt was en dat de intrekking van de WAO-uitkering verband hield met zijn detentie, niet met herstel. De werkgever werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontbinding en veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken reïntegratieplan en ziekte werknemer.

Uitspraak

198372 EJ 00-2154
13 september 2000
KANTONGERECHT TE AMERSFOORT
Beschikking in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
advocaat-gemachtigde: mr H. Braak te Veenendaal,
- t e g e n -
[VERWEERDER],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr M.J. Kolijn- van de Merwe [FNV Ledenservice te Bunnik].
. Het procesverloop
Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. heeft op 21 juni 2000 een verzoekschrift ingediend.
Daar heeft [verweerder] bij verweerschrift op gereageerd.
De zaak is behandeld op de terechtzitting van 22 augustus 2000; daar waren bij aanwezig namens Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. haar directeur,alsmede haar advocaat-gemachtigde; voorts waren aanwezig [verweerder] en zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling is heden uitspraak bepaald.
Het geschil en de beoordeling daarvan
1. Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen op de kortst mogelijke termijn te ontbin-den
2. [verweerder] verzoekt primair om Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. niet-ontvankelijk te ver-kla-ren in haar verzoek, aangezien hij momenteel wegens ziekte niet in staat is de overeengekomen arbeid te verrich-ten, en Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. geen door de Landelijk instituut sociale verzekerin-gen [hierna: Lisv] goedgekeurd reïntegratie-plan heeft overge-legd. Subsi-diair bepleit [verweerder] afwijzing van het ver-zoek, wegens het ontbreken van een dringende reden dan wel een wijziging in de omstandigheden.
3. [Verweerder] is per 1 mei 1996 bij Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. in dienst getreden, waar hij laatstelijk in de functie van lasser een bruto maandsala-ris genoot van ¦ 3.605,- exclusief 8% vakantietoeslag.
Hem is in 1999 een WAO-uitkering toegekend.
[Verweerder] is thans 47 jaar oud.
4. Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. stelt zich op het standpunt dat de overlegging van een reïntegratieplan, als bedoeld in artikel 7:685, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek [BW], niet nodig is. Immers [verweerder] is vanaf sep-tember 1999 gedetineerd; naar aanleiding daarvan is sinds 4 juni 2000 zijn WAO-uitkering ingetrokken, waardoor controle op het eventueel ziek zijn van [verweerder] ont-breekt. Indien een werk-ne-mer gedetineerd is dient die oorzaak van verhindering om ar-beid te verrichten -aldus Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. - te preva-leren boven een eventuele ar-beidsongeschiktheid.
5. De kantonrechter kan het standpunt van Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. niet volgen. Vast staat dat [verweerder] -reeds vóórdat hij gedetineerd werd- ar-beidson-geschikt was en in verband daarmee een WAO-uitkering ge-noot. Die uitkering is niet beëindigd op grond dat [verweerder] weer her-steld was, maar omdat hij gedetineerd was. Dit blijkt uit de overgelegde gegevens van GAK Nederland B.V.. Er is geen verkla-ring overgelegd waaruit blijkt dat [verweerder] weer hersteld is. Overigens heeft [verweerder] aangevoerd dat hij, nadat hij op 10 juli 2000 uit detentie ontslagen was, weer een WAO-uitkering heeft aange-vraagd omdat hij van oordeel is dat hij nog steeds wegens ziekte niet kan werken; in verband daarmee zou op 31 au-gustus 2000 een nieuwe beoordeling plaatsvinden.
6. Bij de invoering van artikel 7:685 van Pro het Burgerlijk Wetboek heeft de wetgever -zoals niet alleen uit de tekst van het ar-tikel, maar ook uit de wetsgeschiedenis blijkt- uitdrukke-lijk verlangd dat de werkgever, in geval van arbeidsverhindering van de werknemer wegens ziekte, een door het Lisv goedgekeurd reïntegratie-plan wordt overge-legd. Gebeurt dat niet, dan moet de werkgever niet ontvanke-lijk worden ver-klaard.
7. Het hierboven overwogene leidt tot het oordeel dat Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. in zijn verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat aan-nemelijk is geworden dat [verweerder] ten tijde van ontvangst van het verzoekschrift ter griffie [en naar het zich laat aanzien ook thans nog] door ziekte verhinderd was zijn arbeid te ver-richten, en Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. geen reïntegratieplan heeft overgelegd. Daarbij zal zij -als zijnde de in het ongelijk ge-stelde par-tij- moeten opkomen voor de proceskosten.
III. De beslissing
De kantonrechter:
- verklaart Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. niet ontvankelijk in haar verzoek;
- veroordeelt Handels- en Constructiebedrijf H. Hardeman B.V. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op ¦ 600,- aan salaris voor de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr J.H. Geertsema, kanton-rechter, en is in het bijzijn van de griffier uitge-spro-ken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 september 2000.