ECLI:NL:HR:2026:992
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid
De zaak betreft een beroep in cassatie ingesteld door A.P. Flinterman tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2023. De oorspronkelijke partij, aangeduid als [X], is op 21 augustus 2023 overleden. De Hoge Raad heeft de indiener van het cassatieberoep verzocht om binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd was om namens [X] het beroep in cassatie in te stellen, dan wel een door alle erfgenamen getekende volmacht of een verklaring van de executeur-testamentair.
De indiener heeft niet voldaan aan dit verzoek, ook niet na een tweede gelegenheid daartoe. Hierdoor concludeert de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen. Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en A.J. van Doesum, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging na het overlijden van de partij.