Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:980

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
25/00926
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in effectenleasezaak tegen Dexia Nederland

In deze zaak heeft Dexia Nederland B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024, waarin het hof een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 11 juli 2023 bevestigde. De zaak betreft de vraag of een consument bij het aangaan van effectenleaseovereenkomsten adequaat is geadviseerd door een tussenpersoon zonder vereiste vergunning, terwijl Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.

De Hoge Raad heeft de klachten van Dexia over het arrest van het hof beoordeeld, waaronder kwesties over de stelplicht van de consument, de bewijslast en het recht op een eerlijk proces. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig is om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, waarbij de raadsheer Salomons het arrest in het openbaar heeft uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Dexia wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00926
Datum19 juni 2026
ARREST
In de zaak van
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Dexia,
advocaten: M.A.M. Wagemakers en A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: A.C. van Schaick.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 10165361 \ EL EXPL 22-76 van de rechtbank Noord-Nederland van 11 juli 2023;
b. het arrest in de zaak 200.332.481/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024.
Dexia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Dexia hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Dexia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
19 juni 2026.