Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaten van Dexia hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 juni 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Dexia Nederland B.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024, waarin het hof oordeelde over de advisering van consumenten bij het aangaan van effectenleaseovereenkomsten. De kern van het geschil betrof de vraag of de consument adequaat was geadviseerd door een tussenpersoon zonder vereiste vergunning, terwijl Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
De Hoge Raad heeft de klachten van Dexia over het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van Dexia verworpen en Dexia veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, waarbij de raadsheer Salomons het arrest in het openbaar uitsprak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Dexia en bevestigt het arrest van het gerechtshof.