Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van TZG c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 juni 2026.
Hoge Raad
TZG c.s., bestaande uit Medinello Revalidatie Zorg B.V. en Topzorggroep Revalidatie B.V., voerden een procedure tegen het Zorginstituut Nederland over de rechtmatigheid van een nader standpunt van het Zorginstituut betreffende interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie bij chronische pijn.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam op 2 september 2025 een arrest wees. TZG c.s. stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten voor het procesverloop en neemt kennis van de stukken, waarbij bijlagen die niet in de feitelijke instanties waren ingebracht buiten beschouwing worden gelaten.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop TZG c.s. schriftelijk reageerden. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van TZG c.s. niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig is om de motivering te geven vanwege het ontbreken van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt TZG c.s. in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €3.105,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Salomons op 19 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van TZG c.s. wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.