Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:969

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
25/03403
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep Zorginstituut inzake interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie

In deze zaak hebben MEDINELLO REVALIDATIE ZORG B.V. en TOPZORGGROEP REVALIDATIE B.V. (gezamenlijk TZG c.s.) cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 september 2025. Het geschil betreft de vraag of het Zorginstituut onrechtmatig heeft gehandeld bij het innemen van een nader standpunt over interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie bij chronische pijn.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2025 en het arrest van het gerechtshof Amsterdam. TZG c.s. hebben bij hun repliek bijlagen gevoegd die niet tot de gedingstukken in de feitelijke instanties behoorden, waarop de Hoge Raad geen acht slaat.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop TZG c.s. schriftelijk hebben gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt TZG c.s. in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 3.105,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.R. Salomons.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/03403
Datum19 juni 2026
ARREST
In de zaak van
1. MEDINELLO REVALIDATIE ZORG B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
2. TOPZORGGROEP REVALIDATIE B.V.,
gevestigd te Goes,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna: TZG c.s.,
advocaat: T. van Malssen,
tegen
ZORGINSTITUUT NEDERLAND,
gevestigd te Diemen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: het Zorginstituut,
advocaat: S.M. Kingma.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/764325 / KG ZA 25-103 EAM/MAH van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2025;
b. het arrest in de zaak 200.354.124/01 SKG van het gerechtshof Amsterdam van 2 september 2025.
TZG c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het Zorginstituut heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. TZG c.s. hebben bij de repliek bijlagen gevoegd. Deze behoorden niet tot de gedingstukken in feitelijke instanties (zie ook de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.3). De Hoge Raad zal daarom op deze bijlagen geen acht slaan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van TZG c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt TZG c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Zorginstituut begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien TZG c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
19 juni 2026.