Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:960

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
25/03752
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake einde machtiging tot uithuisplaatsing en hoofdverblijfplaats

In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende het einde van de machtiging tot uithuisplaatsing en de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van het kind. De moeder en de gezinsvoogdij-instelling (GI) hebben geen verweerschriften ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, waarop de advocaat van de vader schriftelijk heeft gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van de vader beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De beschikking van het hof blijft daarmee in stand en het cassatieberoep wordt verworpen. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/03752
Datum19 juni 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZUID-HOLLAND,
gevestigd te Leiden,
2. [de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de GI en de moeder,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/676670 / JE RK 24-2181 van de rechtbank Den Haag van 9 januari 2025;
b. de beschikking in de zaken 200.352.209/01 en 200.352.209/02 van het gerechtshof Den Haag van 16 juli 2025.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De GI en de moeder hebben geen verweerschriften ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
19 juni 2026.