Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
23 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een auto en gewoontewitwassen van geldbedragen. Het hof had een gevangenisstraf van zeven maanden opgelegd, waarvan vier maanden voorwaardelijk.
In cassatie werden meerdere klachten ingediend, waaronder een verzoek tot het horen van een getuige en bezwaren tegen het bewijs en de opzet. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het hof terecht het verzoek tot het horen van de getuige had afgewezen.
Een belangrijk punt in cassatie was de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak van de Hoge Raad meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. De Hoge Raad erkende deze overschrijding, maar vond dat gezien de strafmaat en de mate van overschrijding geen ander rechtsgevolg aan deze termijnoverschrijding verbonden hoefde te worden.
De Hoge Raad verwierp het beroep en handhaafde het arrest van het hof, waarmee de veroordeling en straf ongewijzigd bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen witwassen met een gevangenisstraf van zeven maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, ondanks overschrijding van de redelijke termijn.