Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 27 september 2016 te een plaats in Nederland een geldbedrag van ongeveer 40.490 euro had verborgen of verhuld, in strijd met artikel 420bis lid 1 sub a Sr. Het hof verklaarde echter bewezen dat de verdachte het geldbedrag voorhanden had gehad, terwijl hij wist dat het afkomstig was uit enig misdrijf, hetgeen valt onder artikel 420bis lid 1 sub b Sr.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten, omdat het iets anders bewezenverklaarde dan was tenlastegelegd. Dit is een fundamentele procesrechtelijke fout die leidt tot vernietiging van het arrest.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande beroep. De Hoge Raad volgt hiermee de conclusie van de advocaat-generaal.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 23 juni 2026.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens grondslagverlating en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.