Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze civiele zaak stond een geschil over de erfgrens en de toepassing van verjaring centraal, waarbij de bezitsvereisten, bezitsdaden, stelplicht en bewijslast een belangrijke rol speelden. De zaak werd behandeld door de rechtbank Noord-Holland en het gerechtshof Amsterdam, waarna eiser cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, bestaande uit verschotten en salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.