ECLI:NL:HR:2026:91

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
25/00702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 26 WzdArt. 27 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake toepassing Wzd in plaats van Wvggz bij medische verklaring Korsakov

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 22 november 2024, waarin de toepassing van de Wet zorg en dwang (Wzd) werd beoordeeld. De kern van het geschil betrof de vraag of de medische verklaring voldeed aan de eisen van artikel 26 en Pro 27 Wzd en of de Wzd terecht was toegepast in plaats van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) was verweerloos omdat het geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van de beschikking konden leiden.

De Hoge Raad motiveerde niet uitvoerig omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De beschikking werd op 23 januari 2026 door de vicepresident en raadsheren gegeven en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer ter Heide.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Gelderland over de toepassing van de Wzd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00702
Datum23 januari 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum,
tegen
Centrum Indicatiestelling Zorg,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: het CIZ,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/05/442771 / FZ RK 24-2558 van de rechtbank Gelderland van 22 november 2024.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
Het CIZ heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
23 januari 2026.