Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 januari 2026.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 22 november 2024, waarin de toepassing van de Wet zorg en dwang (Wzd) werd beoordeeld. De kern van het geschil betrof de vraag of de medische verklaring voldeed aan de eisen van artikel 26 en Pro 27 Wzd en of de Wzd terecht was toegepast in plaats van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) was verweerloos omdat het geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van de beschikking konden leiden.
De Hoge Raad motiveerde niet uitvoerig omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De beschikking werd op 23 januari 2026 door de vicepresident en raadsheren gegeven en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer ter Heide.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Gelderland over de toepassing van de Wzd.