Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:900

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00523
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 SrArt. 140.1 SrArt. 359a SvArt. 297 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen moord en deelname criminele organisatie

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van meerdere moorden en deelname aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen, en diverse bewijsklachten over de aanwezigheid van celmateriaal op hulzen en de uitleg van verklaringen.

De Hoge Raad heeft alle klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest bevestigt daarmee de eerdere veroordeling van verdachte voor medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling voor medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00523
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003039-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten S.F.W. van 't Hullenaar en J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.