Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beslissing
6 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 6 januari 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 februari 2024. De zaak betreft een verdachte die als hoeder van een gevaarlijke hond, een Mechelse herder, onvoldoende zorg heeft gedragen tijdens een vechtpartij op straat. De hond heeft een ander meermalen in zijn lichaam en hoofd gebeten, wat heeft geleid tot een strafrechtelijke vervolging op basis van artikel 425.2 van het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld, waarbij de advocaat van de verdachte, A.M.J. Joris, en de advocaat van de benadeelde partij, C.A.M. Dilven, cassatiemiddelen hebben voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof, en heeft geen verdere motivering gegeven, aangezien dit niet nodig was voor de ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad heeft het beroep op 6 januari 2026 verworpen.