Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:899

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00524
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 SrArt. 359a SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak voorbereiding en medeplichtigheid moord

In deze strafzaak stond de voorbereiding van moord en medeplichtigheid aan medeplegen moord centraal, met betrekking tot vijf liquidaties in 2017 en plannen voor andere moorden. De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder over de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen, en de betrouwbaarheid van verklaringen van de kroongetuige.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden konden leiden. Daarbij werd onder meer overwogen dat de verdediging onvoldoende concreet had aangegeven welke processtukken ontbraken en dat het verzoek tot het horen van een getuige niet noodzakelijk was voor een volledig onderzoek.

Ook werd geoordeeld dat het gebruik van verklaringen van de kroongetuige geen schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde en dat het proces als geheel voldeed aan de eisen van een eerlijk proces. De kwalificatie van de feiten door het hof werd eveneens bevestigd. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00524
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003047-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.