Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:898

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00537
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 SrArt. 140.1 SrArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen moord en deelname criminele organisatie

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie, gerelateerd aan vijf liquidaties in 2017 en plannen voor verdere moorden. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte eerder veroordeeld. In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten in, waaronder over de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen, en de bewijsklachten omtrent DNA-materiaal dat op een trui nabij een vluchtauto was aangetroffen.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Daarmee werd het cassatieberoep verworpen.

De uitspraak bevestigt de eerdere veroordeling van de verdachte en onderstreept de rechtmatigheid van de gebruikte bewijsvoering en procedures in deze complexe strafzaak. De Hoge Raad handhaaft hiermee het oordeel van het hof zonder nadere motivering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen moord en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00537
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003048-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten P. van Dongen en D.J. Herbrink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.