Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:896

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00579
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 140 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen voorbereiding moord en deelname criminele organisatie

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van de voorbereiding van moord, meermalen gepleegd, en deelname aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte cassatiemiddelen beoordeeld, waaronder klachten over de bewijswaardering met betrekking tot de medeplegen van voorbereidingshandelingen, de uitleg van verklaringen van een kroongetuige, en de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst. Ook werd het verweer besproken dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard vanwege een verlaagde basisstrafeis.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00579
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003045-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur en bij aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.