Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:895

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00658
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 141.1 SrArt. 140.4 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf voor medeplegen en uitlokking van moord en geweldpleging

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor betrokkenheid bij vijf liquidaties in 2017 en plannen voor verdere moorden. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde hem voor medeplegen van moord, uitlokking van medeplegen, en deelname als leider aan een criminele organisatie, en legde een levenslange gevangenisstraf op.

Verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen, en diverse bewijsklachten met betrekking tot het tijdstip en de aard van de uitlokking en het opzet. Ook werd aangevoerd dat de levenslange gevangenisstraf in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de levenslange gevangenisstraf definitief is bevestigd.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Kuiper en Damsteegt op 9 juni 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor medeplegen en uitlokking van moord en openlijke geweldpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00658
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003037-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten P. van Dongen en D.J. Herbrink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.