Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor betrokkenheid bij vijf liquidaties in 2017 en plannen voor verdere moorden. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde hem voor medeplegen van moord, uitlokking van medeplegen, en deelname als leider aan een criminele organisatie, en legde een levenslange gevangenisstraf op.
Verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen, en diverse bewijsklachten met betrekking tot het tijdstip en de aard van de uitlokking en het opzet. Ook werd aangevoerd dat de levenslange gevangenisstraf in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de levenslange gevangenisstraf definitief is bevestigd.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Kuiper en Damsteegt op 9 juni 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor medeplegen en uitlokking van moord en openlijke geweldpleging.