Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:892

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00690
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 300.1 SrArt. 140.1 SrArt. 359a SvArt. 359.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen moord en deelname criminele organisatie

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van meerdere liquidaties in 2017, mishandeling en deelname aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen en de betrouwbaarheid van de verklaringen van kroongetuigen.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld, waaronder de vraag of de kroongetuigenverklaringen voldoende werden ondersteund door ander bewijs en of het Openbaar Ministerie terecht geen ontnemingsvordering had ingesteld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten.

Het arrest bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het gerechtshof en onderstreept de rechtmatigheid van het proces en de bewijsvoering in deze complexe strafzaak. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen moord, mishandeling en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00690
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-002962-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.A.H. Vromen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.