Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten in de door hem gehuurde woning en voor diefstal van elektriciteit door middel van verbreking. De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij zelf de hennep had geteeld en de elektriciteit had weggenomen, en dat zijn stelling dat hij de woning aan een derde ter beschikking had gesteld niet aannemelijk was geworden.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Tevens constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot een ander rechtsgevolg dan de constatering van overschrijding.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 9 juni 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit.