ECLI:NL:HR:2026:879

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
24/03332
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311.1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toewijzing schadevergoeding en teruggave portemonnee bij medeplegen diefstal woning

In deze strafzaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van diefstal uit een woning waarbij goederen van meerdere benadeelden zijn weggenomen. Het hof Amsterdam heeft de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Een geschilpunt betrof de toewijzing en teruggave van een Louis Vuitton portemonnee die op de beslaglijst stond vermeld als voorwerp nummer 4. De rechtbank had deze portemonnee aan een andere benadeelde toegewezen dan het hof, dat vaststelde dat het voorwerp toebehoorde aan de benadeelde die het als ‘Louis Vuitton perforated wallet uit 2006’ had opgegeven. De Hoge Raad oordeelt dat deze feitelijke vaststelling niet onbegrijpelijk is en verwerpt de klacht hierover.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging van het hof, met name over de hoogte van de toegewezen schadevergoeding en de bestemming van het bedrag, maar de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep in zijn geheel. De overige klachten leiden niet tot vernietiging en behoeven geen nadere motivering. De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en de toegewezen schadevergoedingsmaatregel.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof met toewijzing van schadevergoeding en teruggave van de portemonnee aan de juiste benadeelde partij.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03332
Datum30 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2024, nummer 23-000709-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens de [benadeelde 1] heeft de advocaat N. van der Laan een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover de vordering van de [benadeelde 2] is toegewezen tot een bedrag van € 3.232,50 en voor dat bedrag de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van dat slachtoffer is opgelegd, tot bepaling dat het bedrag waarvoor de vordering van de [benadeelde 2] is toegewezen € 2.792,50 bedraagt en dat de schadevergoedingsmaatregel tot betaling aan de Staat is opgelegd voor dat bedrag en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de toewijzing door het hof van de vordering van de [benadeelde 2] en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel, voor zover daarin een vergoeding voor de schadepost “Louis Vuitton papillon damier Ebene” is begrepen.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan, kort gezegd, het medeplegen van diefstal uit een woning, van goederen die toebehoren aan [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] .
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op onder meer het volgende bewijsmiddel:
“1. Een proces-verbaal van aangifte, met nummer PL1300-2023244786-5 van 3 november 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (pg. 17-21).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van [benadeelde 1] , zakelijk weergegeven:
Hierbij doe ik aangifte van diefstal uit onze woning. Ik doe deze aangifte ook namens mijn vader [benadeelde 2] . Mijn vader is woonachtig aan de [a-straat 1] te [plaats] . Ik verblijf hier ook regelmatig. (...)
Ik kan de weggenomen goederen van mijn vader als volgt omschrijven:
(...)
- Louis Vuitton tas, type Papillon, kleur bruin damier print, 15x15x31 cm
(...)
Ik kan mijn weggenomen goederen als volgt omschrijven:
- Louis Vuitton perforated pochette cherry
- Louis Vuitton perforated zippy pouch cherry
(...).”
2.2.3
Aan het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg is een beslaglijst gehecht. Deze houdt onder meer in:
“Voorwerpen
4 1 STK Portemonnee
(Omschrijving: PL1300-2023244786-G6430444, Zwart, merk: Louis vuitton).”
2.2.4
Het hof heeft over het beslag en over de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 1] onder meer overwogen:
“Beslag
Ten aanzien van het beslag heeft de rechtbank beslist dat goed 4 wordt teruggegeven aan [benadeelde 2] . Uit de beschrijving van dit goed volgt dat dit een portemonnee betreft. Uit de aangiften volgt dat deze portemonnee niet toebehoorde aan [benadeelde 2] , maar aan [benadeelde 1] . Daarom moet dit goed niet aan [benadeelde 2] , maar aan [benadeelde 1] worden teruggegeven. Het hof zal dat gelasten.
(...)
Vordering van de [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. (...) De gestelde materiële schade bestaat uit:
(...)
4) Louis Vuitton papillon damier Ebene € 880,00
(...)
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (gedeeltelijk) zal worden toegewezen. Het hof zal zijn overwegingen ten aanzien van de verschillende schadeposten hieronder achtereenvolgens bespreken.
Ten aanzien van de schadeposten onder 4) (...) oordeelt het hof dat het voldoende aannemelijk is dat de gestelde schade het rechtstreekse gevolg is geweest van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Deze goederen worden in de aangifte genoemd en de gestelde schade wordt voldoende onderbouwd. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor die goederen zal worden toegewezen.
(...)
Vordering van de [benadeelde 1]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. (...) De gestelde materiële schade bestaat uit:
(...)
27) Louis Vuitton perforated wallet uit 2006 € 315,00
(...)
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (gedeeltelijk) zal worden toegewezen. Het hof zal zijn overwegingen ten aanzien van de verschillende schadeposten hieronder achtereenvolgens bespreken.
(...)
Ten aanzien van de schadeposten onder (...) 27) (...) oordeelt het hof dat deze bij de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen. Het hof gaat er vanuit dat de onder 27) bedoelde portemonnee de portemonnee betreft die op de beslaglijst onder 4) staat vermeld. Voor deze vier posten is de teruggave aan [benadeelde 1] gelast. Deze posten kunnen derhalve niet als geleden schade worden aangemerkt. De vordering zal voor dit deel (...) worden afgewezen.”
2.2.5
De beslissing van het hof over het beslag houdt onder meer in:
“Het hof:
(...)
Gelast de teruggave aan [benadeelde 1] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- nr. 4. 1 STK portemonnee (omschrijving: G6430444, zwart, merk: Louis Vuitton).”
2.3
Het hof heeft vastgesteld dat het voorwerp dat onder nummer 4 op de beslaglijst is vermeld een portemonnee betreft die toebehoort aan [benadeelde 1] en daarom de teruggave daarvan aan [benadeelde 1] gelast. De klacht neemt tot uitgangspunt dat deze beslissing betrekking heeft op het voorwerp dat in de vordering van de [benadeelde 2] is beschreven als “Louis Vuitton papillon damier Ebene” (schadepost 4) en dat het hof dus ten aanzien van dit voorwerp heeft geoordeeld dat het toebehoort aan [benadeelde 1] . Het hof heeft echter – anders dan de rechtbank – vastgesteld dat het voorwerp dat onder nummer 4 op de beslaglijst is vermeld, het voorwerp is dat in de vordering van de [benadeelde 1] is beschreven als “Louis Vuitton perforated wallet uit 2006” (schadepost 27). Die vaststelling is niet onbegrijpelijk. De klacht faalt daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag.
2.4
De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2026.