Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de overdracht van semi-automatische pistolen aan pseudokopers. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het hof oordeelde dat verdachte een essentiële rol had gespeeld in de voorbereiding en uitvoering van de overdracht.
De Hoge Raad toetste de motivering van het hof en concludeerde dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het hof had vastgesteld dat verdachte nauw samenwerkte met medeverdachte A, onder meer door het afleveren van munitie en het regelen van afspraken voorafgaand aan de overdracht. Ook de observaties en verklaringen van betrokkenen ondersteunden deze conclusie.
Hoewel de Hoge Raad het cassatieberoep grotendeels verwierp, stelde zij vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van 42 maanden werd verminderd tot 40 maanden. De rest van het beroep werd afgewezen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen en vermindert de gevangenisstraf tot veertig maanden wegens termijnoverschrijding.