Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het bezit en de verkoop van geringe hoeveelheden cocaïne en heroïne. Het hof had tevens twee geldbedragen verbeurd verklaard, stellende dat deze uit de drugshandel afkomstig waren.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de verbeurdverklaring van de geldbedragen van €7,70 en €1.255,00 wegens onvoldoende motivering. De Hoge Raad volgt dit oordeel en stelt vast dat het hof niet heeft vastgesteld dat de geldbedragen afkomstig zijn van meerdere transacties, noch dat verdachte zich structureel met drugshandel bezighoudt. De enkele vaststelling van één verkoop van geringe hoeveelheden drugs rechtvaardigt de verbeurdverklaring niet zonder nadere motivering.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, maar verbindt daaraan geen verdere rechtsgevolgen gezien de korte gevangenisstraf. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat de verbeurdverklaring betreft en wijst de zaak terug aan het hof voor hernieuwde beoordeling van de verbeurdverklaring. Het overige van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van geldbedragen wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.