Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:847

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
25/00593
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 102 VWEUArt. 24 MededingingswetArt. 2 Verordening (EG) nr. 1/2003Art. 6:194a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over Dynamic Security, machtsmisbruik en misleidende reclame bij HP-cartridges

Digital Revolution, exploitant van een webwinkel die onder meer HP-cartridges en huismerkcartridges verkoopt, stelde HP aansprakelijk wegens onrechtmatige handelspraktijken en misbruik van een machtspositie met de Dynamic Security-firmware in HP-printers. HP past een authenticatiemethode toe die het gebruik van niet-HP-chips in cartridges kan blokkeren, wat Digital Revolution betwistte als onrechtmatig en misleidend.

De rechtbank wees grotendeels de vorderingen van Digital Revolution af, behalve aansprakelijkheid voor schade door foutmeldingen bij blokkades. Het hof vernietigde dit vonnis deels en oordeelde dat de uiting van HP dat haar cartridges de beste kwaliteit leveren onrechtmatig was, maar verwierp het machtsmisbruikverweer van Digital Revolution wegens onvoldoende onderbouwing van de marktafbakening.

In cassatie stelde Digital Revolution dat het hof te hoge eisen stelde aan de stelplicht en dat de bewijslast bij HP lag. De Hoge Raad bevestigde dat de partij die machtsmisbruik stelt voldoende feiten moet stellen en onderbouwen, en dat het hof dit correct heeft beoordeeld. Het hof heeft terecht geoordeeld dat Digital Revolution onvoldoende marktafbakening heeft gegeven. Het incidentele beroep van HP slaagde deels omdat het hof niet heeft onderzocht of HP daadwerkelijk de beste kwaliteit en betrouwbaarheid kon aantonen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Digital Revolution, vernietigt het arrest van het hof in het incidentele beroep en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. Digital Revolution wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Digital Revolution, vernietigt het incidentele beroep van HP en verwijst de zaak terug naar het hof Den Haag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00593
Datum5 juni 2026
ARREST
In de zaak van
DIGITAL REVOLUTION B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het (deels) voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Digital Revolution,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. HP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
2. HP INC.,
gevestigd te Palo Alto, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het (deels) voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: HP,
advocaat: A.M. van Aerde.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/686306 / HA ZA 20-683 van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2021 en 15 december 2021;
b. het arrest in de zaak 200.313.851/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2024.
Digital Revolution heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HP heeft (deels) voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Digital Revolution mede door Th.C.J.A. van Engelen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt zowel in het principaal cassatieberoep als in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Uitgangspunten en feiten

2.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) HP is een fabrikant van printers en printbenodigdheden, zoals toner- en inktcartridges, voor laser- en inkjetprinters. HP brengt de printers en cartridges onder eigen naam op de markt (hierna: HP-printers respectievelijk HP-cartridges).
(ii) Digital Revolution exploiteert een webwinkel onder de domein- en handelsnaam 123inkt.nl. Via deze webwinkel verkoopt zij printbenodigdheden, waaronder toner- en inktcartridges voor laser- en inkjetprinters. Digital Revolution verkoopt onder meer HP-cartridges voor verschillende printermodellen van HP. Verder verkoopt Digital Revolution onder haar eigen handelsnaam (123inkt) cartridges (hierna: huismerkcartridges) die gebruikt kunnen worden in HP-printers.
(iii) HP-printers zijn voorzien van software (hierna: firmware) die de printer aanstuurt. HP-cartridges zijn voorzien van beveiligde chips. Deze chips bevatten cryptografische sleutels en schakelingen om cryptografische algoritmen uit te voeren en andere gegevens om een printer goed te laten werken. Een andere beveiligde chip is bij fabricage in de HP-printer geplaatst.
(iv) De firmware zorgt ervoor dat de twee chips met elkaar kunnen communiceren. Daarmee wordt een controle uitgevoerd, waarbij de chip op de cartridge een geheime code aan de printer stuurt. Als de controle met succes wordt uitgevoerd, zal de firmware het gebruik van de cartridge toestaan. Als de controle niet met succes wordt uitgevoerd, zal de firmware het gebruik van de cartridge niet toestaan (hierna ook: blokkade of blokkades). De cartridge werkt dan niet op die printer.
(v) Derden kunnen cartridges maken die kunnen worden gebruikt in HP-printers, door de cartridges te voorzien van een chip die niet van HP afkomstig is maar wel met een HP-printer kan communiceren. HP is op enig moment ertoe overgegaan de geheime code (periodiek) te wijzigen. Een authenticatiemethode die met dergelijke periodiek veranderende parameters werkt, wordt ‘Dynamic Security’ genoemd.
(vi) Op de website van HP staat de volgende tekst:

HP Printers - Dynamic Security Enabled Printers
Certain HP printers use cartridges that have security chips or electronic circuitry. Cartridges using a non-HP chip or modified or non-HP circuitry* may not work and those that work today may not work in the future.
As is standard in the printing business, HP has a process for authenticating cartridges. HP continues to use security measures to protect the quality of our customer experience, maintain the integrity of our printing systems, and protect our intellectual property. These measures include authentication methods that change periodically and may prevent some third-party supplies from working now or in the future. HP printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability. When cartridges are cloned or counterfeited, the customer is exposed to quality and potential security risks, compromising the printing experience.
*
Non-HP chips and modified or non-HP electronic circuitryare not produced or validated by HP. HP cannot guarantee that these chips or circuitry will work in your printer now or in the future. If you are using a non-original HP cartridge, please check with your supplier to ensure your cartridge has an original HP security chip or unmodified HP electronic circuitry.”
2.2
Digital Revolution heeft in eerste aanleg in conventie onder meer gevorderd: (i) een verbod op dynamische identificatie en/of security in de firmware van HP-printers; (ii) een verbod op misleidende mededelingen, waaronder begrepen een verbod op de mededeling op de website van HP dat “
HP printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability.”; (iii) een rectificatie; en (iv) een verklaring voor recht dat HP onrechtmatig heeft gehandeld, onder meer door onjuiste foutmeldingen van HP-printers bij blokkades, met vergoeding van schade nader op te maken bij staat. HP heeft reconventionele vorderingen ingesteld.
2.3
De rechtbank [1] heeft voor recht verklaard dat HP aansprakelijk is voor de schade die Digital Revolution heeft geleden als gevolg van bepaalde onjuiste foutmeldingen bij vier blokkades. Voor het overige heeft zij de vorderingen van Digital Revolution en de vorderingen van HP afgewezen. De hiervoor in 2.2 onder (ii) weergegeven uiting op de website van HP is volgens de rechtbank geen ongeoorloofde superioriteitsclaim, maar een in reclame gebruikelijke overdrijving die als zodanig zal worden herkend.
2.4
Partijen hebben in hoger beroep hun vorderingen gewijzigd. HP vordert na eiswijziging onder meer: (i) een gebod de tekst van bepaalde brieven te wijzigen; (ii) een verbod telefonisch klanten te benaderen die HP-producten hebben gekocht met het oogmerk deze klanten te bewegen te kiezen voor huismerkcartridges in plaats van HP-cartridges; (iii) een verbod aan het publiek mee te delen dat de gemiddelde consument duurder uit is met HP Instant Ink; en (iv) een bevel een rectificatie op de homepage van websites van Digital Revolution te plaatsen.
2.5
Het hof [2] heeft in het principale hoger beroep (van Digital Revolution) het bestreden vonnis vernietigd voor zover daarbij bepaalde vorderingen geheel zijn afgewezen. Deze vorderingen heeft het hof alsnog toegewezen wat betreft de mededeling van HP dat “
HP printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability.” De overige vorderingen van Digital Revolution heeft het hof afgewezen. Het overwoog daartoe – samengevat – als volgt.
Digital Revolution heeft niet voldaan aan de eisen omtrent de precisie en feitelijke onderbouwing van haar stellingen. De centrale stelling van Digital Revolution dat HP over een machtspositie in de zin van het mededingingsrecht beschikt die zij met Dynamic Security misbruikt, wordt verworpen. Digital Revolution heeft niet aan haar stelplicht voldaan wat betreft de door haar bepleite marktafbakening. Het is aannemelijk dat HP op de systeemmarkt van printsystemen geen machtspositie heeft die zij kan misbruiken. Daarnaast is Dynamic Security een rechtmatige methode om counterfeit-cartridges te weren. (rov. 4.8-4.13)
Ten aanzien van de gewraakte uitingen van HP is de uiting “
HP cartridges deliver the best quality, security and reliability” onrechtmatig. HP heeft niet gesteld of onderbouwd dat en op grond waarvan haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. (rov. 4.14.1-4.19)
2.6
In het incidentele hoger beroep (van HP) heeft het hof het vonnis vernietigd en de hiervoor in 2.4 weergegeven vorderingen van HP toegewezen.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

3.1
Onderdeel 2.1.A van het middel is gericht tegen rov. 4.10, waarin het hof heeft overwogen dat Digital Revolution stelt dat de cartridges voor elk model HP-printer een eigen productmarkt vormen, maar dat zij dit onvoldoende heeft uitgewerkt en onderbouwd. De klacht houdt in dat het hof te hoge eisen stelt aan de stelplicht en dat het oordeel, gelet op de in de memorie van grieven betrokken stellingen van Digital Revolution, onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd is.
Onderdeel 2.1.C klaagt onder meer dat op grond van art. 2 van Pro Verordening (EG) nr. 1/2003 [3] , mede gelet op de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid, de bewijslast op HP rust van haar stelling dat de relevante productmarkt een andere is dan Digital Revolution heeft omschreven.
3.2
Het is ondernemingen verboden misbruik te maken van een machtspositie (art. 102 VWEU Pro en art. 24 Mededingingswet Pro (hierna: Mw)). Degene die zich op het standpunt stelt dat een ander in strijd met het mededingingsrecht handelt, dient dit te onderbouwen met de relevante (economische) feiten en omstandigheden, opdat een voldoende adequaat en gefundeerd (economisch) partijdebat en daaropvolgend rechterlijk oordeel mogelijk worden gemaakt. Uit art. 2 van Pro Verordening (EG) nr. 1/2003 volgt dat in alle nationale procedures tot toepassing van art. 101 en Pro 102 VWEU de partij die beweert dat een inbreuk op een van deze artikelen is gepleegd, de bewijslast van die inbreuk draagt. De rechter dient immers in staat te worden gesteld, zo nodig nader voorgelicht door partijen, deskundigen en in voorkomende gevallen de Autoriteit Consument en Markt of de Europese Commissie, de werking van de desbetreffende markt in voldoende mate te doorgronden teneinde te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, de vrije mededinging op die markt is of zou kunnen worden verstoord. Een partij die een mededingingsrechtelijke inbreukvordering instelt, kan derhalve in beginsel niet volstaan met een algemene aanduiding van mededingingsrechtelijke verboden, gepaard met de stelling dat deze verboden in het desbetreffende geval zijn geschonden. Dit is niet anders wanneer daarbij summiere aanduidingen van relevante geografische en productmarkten worden gegeven en niet nader toegespitste stellingen worden betrokken omtrent percentages van respectieve marktaandelen op de desbetreffende markten. Daardoor wordt immers niet zonder meer voldoende inzicht gegeven in de voor de beoordeling essentiële feiten en omstandigheden, zoals een zorgvuldige marktafbakening, de relevante marktstructuur en marktkenmerken, alsmede het daadwerkelijke functioneren van de relevante markt(en) en van het effect daarop van de gestelde inbreuken. [4]
De vraag naar de mate waarin (economische) feiten en omstandigheden in een concrete zaak dienen te worden gesteld en, bij betwisting, dienen te worden onderbouwd, kan niet in algemene zin worden beantwoord, omdat dit afhangt van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en ernst van de gestelde inbreuk en de complexiteit van de betrokken markten. [5]
3.3
Om te kunnen vaststellen of een partij een machtspositie heeft, moet de relevante markt worden afgebakend. Deze afbakening gebeurt met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Het is in deze zaak aan Digital Revolution, die stelt dat HP misbruik maakt van een machtspositie, om die relevante feiten en omstandigheden te stellen en bij een gemotiveerde betwisting door HP nader te onderbouwen. Het hof heeft dit niet miskend. Verder is het bestreden oordeel dat Digital Revolution haar stellingen over de relevante markt onvoldoende heeft onderbouwd, ook in het licht van de door Digital Revolution ingeroepen stellingen, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
3.4
Er is geen aanleiding prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen. Uit art. 2 van Pro Verordening (EG) nr. 1/2003 volgt de verdeling van de stelplicht en bewijslast bij een beroep op art. 102 VWEU Pro. Overweging 5 van Verordening (EG) nr. 1/2003 houdt onder meer in dat de verordening geen afbreuk doet aan de nationale voorschriften inzake de bewijsstandaard. Krachtens het beginsel van procedurele autonomie van de lidstaten is het een zaak van hun interne rechtsorde dergelijke voorschriften en de beginselen voor de beoordeling van bewijs en de bewijsstandaard die wordt verlangd vast te stellen, op voorwaarde evenwel dat deze niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke situaties naar nationaal recht gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel) en de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel). [6]
3.5
De hiervoor in 3.1 weergegeven klachten falen op grond van het voorgaande. De overige klachten van onderdeel 2.1 kunnen evenmin tot cassatie leiden (zie hierna in 3.6). Daardoor heeft Digital Revolution geen belang bij de klachten van de onderdelen 1 en 2.2 tot en met 5. De in het kader van die onderdelen door Digital Revolution opgeworpen vragen van Unierecht zijn daarmee niet relevant voor de uitkomst van het geding.
3.6
Ook de overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO Pro).

4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep

4.1
Onderdeel 1 van het middel is ingesteld onder de voorwaarde dat een van de klachten van de onderdelen 1 tot en met 5 van het principale middel slaagt. Uit het voorgaande blijkt dat deze voorwaarde niet is vervuld.
4.2
Onderdeel 2.1 is gericht tegen rov. 4.15, de daarop voortbouwende oordelen en het dictum. In rov. 4.15 heeft het hof geoordeeld dat HP niet heeft gesteld, laat staan onderbouwd, dat en op grond waarvan haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof daarmee de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend.
4.3
De klacht slaagt. Partijen hebben in eerste aanleg gedebatteerd over de uiting op de website van HP dat “
HP-printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability”. Volgens Digital Revolution is deze uiting ongeoorloofde vergelijkende reclame in de zin van art. 6:194a BW. Onder verwijzing naar een als productie overgelegde publicatie van de Consumentenbond, voerde HP in haar conclusie van antwoord onder meer aan dat haar (printers en) cartridges van de hoogste kwaliteit zijn en bestreed HP de stelling van Digital Revolution dat haar huismerkcartridges minstens zo betrouwbaar zijn als HP-cartridges. Aan de beoordeling van deze betwisting door HP is de rechtbank niet toegekomen. In rov. 4.33 van het vonnis wees de rechtbank de vordering van Digital Revolution op een andere grond af (zie hiervoor in 2.3).
In de eerste alinea van rov. 4.15 heeft het hof geoordeeld dat de grief van Digital Revolution tegen dit oordeel van de rechtbank slaagt. Daarmee was in hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering van Digital Revolution opnieuw aan de orde. Naar aanleiding daarvan had het hof de in eerste aanleg buiten behandeling gebleven, en in hoger beroep niet prijsgegeven, betwisting door HP alsnog moeten onderzoeken. Uit de tweede alinea van rov. 4.15 blijkt niet dat het hof dit heeft gedaan.
De overige klachten van onderdeel 2.1 kunnen onbehandeld blijven.
4.4
De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO Pro).

5.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Digital Revolution in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HP begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2024;
- verwijst het geding naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing;
- veroordeelt Digital Revolution in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HP begroot op € 2.600,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
5 juni 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Amsterdam 15 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:8167.
2.Gerechtshof Amsterdam 19 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3200.
3.Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PbEU 2003, L 1, p. 1-25.
4.HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0345 (ANVR/IATA), rov. 3.6.1.
5.HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0345 (ANVR/IATA), rov. 3.6.3.
6.Vgl. HvJEU 21 januari 2016, zaak C-74/14, ECLI:EU:C:2016:42 (Eturas e.a.), punten 30-32; HvJEU 29 juni 2023, zaak C-211/22, ECLI:EU:C:2023:529 (Super Bock Bebidas), punt 55; HvJEU 8 mei 2025, zaak C-581/23, ECLI:EU:C:2025:323 (Beevers Kaas), punt 44.