Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
29 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot betaling van een legaat centraal, waarbij de erfgenaam als eiseres in cassatie optrad tegen de legataris. De procedure begon bij de rechtbank Oost-Brabant met vonnissen in september 2021 en juli 2022, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch in maart 2024 en maart 2025 arresten wees. De erfgenaam stelde beroep in cassatie in tegen deze arresten.
De Hoge Raad heeft de klachten van de erfgenaam over de arresten van het hof beoordeeld. Volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Daarom verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep zonder nadere motivering.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de erfgenaam in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 3.105,-- vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. Het arrest werd op 29 mei 2026 gewezen door de president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenaam wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.