Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Betrokkene:
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
29 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de officier van justitie een zorgmachtiging van twaalf maanden gevraagd ten aanzien van betrokkene. Tijdens de zitting gaf betrokkene aan niet langer door zijn advocaat bijgestaan te willen worden en zelf zijn verdediging te willen voeren. De rechtbank wees betrokkene erop dat zijn advocaat kennis van zaken had en vroeg herhaaldelijk of hij toch niet bijstand wilde, maar betrokkene bleef bij zijn weigering. De rechtbank stelde vast dat betrokkene zijn wil tot afstand van de advocaat in vrijheid had kunnen bepalen en verleende de zorgmachtiging.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank bij een verzoek tot zorgmachtiging, waarbij betrokkene afstand doet van zijn advocaat, ook moet onderzoeken of betrokkene een andere advocaat wenst. Dit volgt uit een samenhangende uitleg van art. 1:7 Wvggz Pro en art. 44 Sv Pro, mede gelet op de kwetsbare positie van betrokkene. Uit de beschikking en het proces-verbaal blijkt niet dat de rechtbank dit onderzoek heeft verricht.
De Hoge Raad stelt dat afstand van het recht op rechtsbijstand alleen kan worden aangenomen als betrokkene zijn wil daartoe in vrijheid heeft kunnen bepalen, die wil ondubbelzinnig is vastgesteld en het doen van afstand in verhouding staat tot het belang van het recht dat wordt prijsgegeven. De rechtbank heeft dit onvoldoende gemotiveerd en onderzocht.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking van 17 maart 2025 en wijst het geding terug naar de rechtbank Gelderland voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten behoeven geen behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst het geding terug wegens onvoldoende onderzoek naar de wens tot een andere advocaat.