Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:786

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
23/04513
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2.A OpiumwetArt. 10a.1 OpiumwetArt. 6 lid 1 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf voor medeplegen invoer cocaïne na overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de invoer van 302 kilogram cocaïne en medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot deze invoer. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten over het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 66 maanden naar 60 maanden.

De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, vermindert de gevangenisstraf tot 60 maanden en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Uitkomst: De gevangenisstraf voor medeplegen invoer cocaïne wordt verminderd tot 60 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04513
Datum26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 november 2023, nummer 22-001638-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Goedhart bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 66 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 60 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 mei 2026.