Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
26 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de invoer van 302 kilogram cocaïne en medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot deze invoer. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten over het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 66 maanden naar 60 maanden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, vermindert de gevangenisstraf tot 60 maanden en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf voor medeplegen invoer cocaïne wordt verminderd tot 60 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt verder verworpen.