Uitspraak
geboren op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats],
hierna: de betrokkene.
1.De vordering van de Procureur-Generaal
2.De raadkamer
3.Beoordeling
4.Beslissing
22 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot ontslag van een vicepresident van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 46i, lid 1, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).
De vordering werd ondersteund door diverse stukken, waaronder een Koninklijk Besluit van benoeming, een UWV-beslissing, een oordeel van de bedrijfsarts en een arbeidsdeskundig rapport. De betrokkene heeft haar zienswijze ingediend, maar was niet aanwezig bij het onderzoek in raadkamer.
De Hoge Raad stelde vast dat de arbeidsongeschiktheid onafgebroken twee jaar had geduurd, herstel binnen zes maanden niet te verwachten was, en duurzame reïntegratie niet mogelijk was binnen een redelijke termijn. Op basis hiervan werd het ontslag per 1 juni 2026 verleend.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent ontslag aan de rechterlijk ambtenaar wegens langdurige arbeidsongeschiktheid per 1 juni 2026.