Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:777

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
26/00955
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 AwbArt. 8:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaak

Verzoeker heeft in een belastingzaak beroep in cassatie ingesteld en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de drie leden van de Hoge Raad die de zaak behandelen. Het verzoek tot wraking werd ingediend kort voor de uitspraak en bevatte geen concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters in twijfel konden trekken.

De Hoge Raad beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van de artikelen 8:15, 8:16 en 8:18 van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het verzoek niet gemotiveerd was en geen feiten bevatte die de onpartijdigheid van de rechters konden schaden, werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk aangemerkt.

De Hoge Raad besloot het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af te doen en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Hoge Raad is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VIERDE KAMER
Nummer26/00955
Datum22 mei 2026
BESLISSING
in de zaak van
[verzoeker] te [plaats] (hierna: verzoeker)
betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van de hierna te noemen leden van de Hoge Raad.

1.De procedure

1.1
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 25/03965. Bij bericht van 12 maart 2026 is aan verzoeker meegedeeld dat in deze zaak op 20 maart 2026 uitspraak zal worden gedaan. Tevens is daarbij meegedeeld dat de beslissing wordt genomen door de leden van de Hoge Raad M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij.
1.2
Bij bericht van 18 maart 2026 heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden van de Hoge Raad. Het wrakingsverzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 26/00955.
1.3
De drie leden van de Hoge Raad tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, hebben meegedeeld dat zij niet in de wraking berusten en dat zij afzien van de mogelijkheid te worden gehoord
1.4
De advocaat-generaal W.L. Valk heeft meegedeeld af te zien van het nemen van een conclusie.

2.Beoordeling van het wrakingsverzoek

2.1
Op grond van artikel 8:15 Awb Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:16 lid 2 Awb Pro volgt dat het verzoek gemotiveerd moet zijn.
2.2
Ingevolge artikel 8:18 lid 3 Awb Pro kan de meervoudige kamer in een wrakingszaak, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, zonder toepassing te geven aan het eerste en tweede lid van artikel 8:18 Awb Pro beslissen het verzoek zonder behandeling ter zitting af te doen. Van kennelijke niet-ontvankelijkheid is onder meer sprake als niet is voldaan aan de eis van artikel 8:16 lid 2 Awb Pro dat het verzoek is gemotiveerd. [1]
2.3
Verzoeker heeft in zijn verzoek het volgende aangevoerd:
“Hoge raad
Zaaknummer 25 03965
Geacht hoge raad
Ik heb u gemail uw box vol gestopt maar ik hoor niets van u
Dan laat u mijn een wraking verzoek neer leggen tegen boerlage en van der voort maarshall en van roij
Reden ik heb de post niet ontvangen van het ministerie financien
Dus u pakt hier van mijn een beroepsgang af
Bewijs de post van de verkeerde belasting inspectie [P1] en [P2]
[Naam en adres verzoeker]”
2.3
Het verzoek bevat geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het is gemotiveerd. Om die reden zal de Hoge Raad het verzoek zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking van M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P van Roij niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier C.E. Cornet, en in het openbaar uitgesproken op
22 mei 2026.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 17