Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2024, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof onder meer de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij het hof anonieme meldingen en technische bevindingen over kalk- en stofresten had betrokken.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep is derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Trotman en Kuiper, op 19 mei 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.