Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof vond dat de schriftelijke bijzondere volmacht waarin de raadsman aangaf dat het hoger beroep zich beperkte tot de strafmaat, niet als een grief kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelt dat de mededeling van de raadsman in de volmacht voldoende duidelijk maakt dat het hoger beroep zich richt op de strafmaat en dat dit als een grief moet worden beschouwd volgens artikel 410 lid 1 Sv Pro. Hierdoor had het hof het hoger beroep niet niet-ontvankelijk mogen verklaren op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling en beslissing. De conclusie van de advocaat-generaal ondersteunt dit oordeel en benadrukt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 19 mei 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onterecht niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.