Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:768

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
25/00041
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 410.1 SvArt. 416.2 SvArt. 311.1.5 SrArt. 432.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep poging tot diefstal

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof vond dat de schriftelijke bijzondere volmacht waarin de raadsman aangaf dat het hoger beroep zich beperkte tot de strafmaat, niet als een grief kon worden aangemerkt.

De Hoge Raad oordeelt dat de mededeling van de raadsman in de volmacht voldoende duidelijk maakt dat het hoger beroep zich richt op de strafmaat en dat dit als een grief moet worden beschouwd volgens artikel 410 lid 1 Sv Pro. Hierdoor had het hof het hoger beroep niet niet-ontvankelijk mogen verklaren op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling en beslissing. De conclusie van de advocaat-generaal ondersteunt dit oordeel en benadrukt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 19 mei 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onterecht niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00041
Datum19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 juli 2021, nummer 22-000850-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2026.