Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:767

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
23/04977
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot doodslag met kapot glas en vermindert straf

De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij verdachte tijdens een vrijgezellenavond voor een café een ander met een kapotgeslagen glas in de hals raakte. In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde hem schuldig. Het cassatieberoep richtte zich op de bewijsvoering omtrent het daderschap en het opzet van verdachte.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie leidt. Het hof heeft voldoende bewijs gevonden dat verdachte het letsel met het kapotte glas heeft toegebracht en dat hij dit opzettelijk deed. De stelling dat het letsel ook door een ander zou kunnen zijn veroorzaakt, wordt verworpen. Uit de omstandigheden, waaronder het bewuste stuk slaan van het glas en het lopen met het glas in de hand in een menigte, volgt dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden en vermindert daarom de opgelegde gevangenisstraf van 28 maanden (waarvan 8 maanden voorwaardelijk) naar 27 maanden, met dezelfde voorwaardelijke duur en proeftijd. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring poging tot doodslag en vermindert de gevangenisstraf tot 27 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04977
Datum19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 december 2023, nummer 20-000625-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstraf en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.
2.2
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.5 tot en met 2.13.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 27 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2026.