Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij verdachte tijdens een vrijgezellenavond voor een café een ander met een kapotgeslagen glas in de hals raakte. In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde hem schuldig. Het cassatieberoep richtte zich op de bewijsvoering omtrent het daderschap en het opzet van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie leidt. Het hof heeft voldoende bewijs gevonden dat verdachte het letsel met het kapotte glas heeft toegebracht en dat hij dit opzettelijk deed. De stelling dat het letsel ook door een ander zou kunnen zijn veroorzaakt, wordt verworpen. Uit de omstandigheden, waaronder het bewuste stuk slaan van het glas en het lopen met het glas in de hand in een menigte, volgt dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden en vermindert daarom de opgelegde gevangenisstraf van 28 maanden (waarvan 8 maanden voorwaardelijk) naar 27 maanden, met dezelfde voorwaardelijke duur en proeftijd. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring poging tot doodslag en vermindert de gevangenisstraf tot 27 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.