Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
- de akte instellen hoger beroep van 20 januari 2021 vermeldt als adres van de verdachte [a-straat 1] in [plaats] (Letland);
- de aan de akte instellen hoger beroep gehechte schriftelijke bijzondere volmacht van de advocaat van de verdachte aan een medewerker van de strafgriffie van de rechtbank van 20 januari 2021 houdt in dat de verdachte het adres [a-straat 1] in [plaats] (Letland) heeft opgegeven voor de ontvangst van een afschrift van de oproeping;
- volgens de akte van uitreiking is de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2021 op 6 oktober 2021 uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Verder is die oproeping – zoals blijkt uit de tweede akte van uitreiking – op 8 oktober 2021 verzonden naar het op die akte van uitreiking vermelde adres van de verdachte in het buitenland ( [a-straat 1] in [plaats] (Letland));
- de informatiestaat SKDB-persoon van 6 oktober 2021, die aan die oproeping is gehecht, houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd, dat zij met ingang van 18 september 2020 als niet-ingezetene in de basisregistratie personen (hierna: BRP) is ingeschreven op het adres [a-straat 1] in [plaats] (Letland) en dat haar laatst opgegeven woon- of verblijfplaats (datum registratie 29 maart 2021) “ZVWOVHTL” (de Hoge Raad begrijpt: zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande) is.
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 mei 2026.