Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:763

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
25/01195
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 Wetboek van StrafvorderingArt. 552a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op gegevensdragers bij verdenking huiselijk geweld

De zaak betreft een cassatieberoep van een klager werkzaam bij een kinderrechtenorganisatie in Engeland, die bezwaar maakte tegen beslag op zijn gegevensdragers in verband met een verdenking van huiselijk geweld. De klager stelde dat het Openbaar Ministerie al beschikte over de benodigde informatie omdat de telefoon van de aangeefster was veiliggesteld, en dat het beslag op zijn gegevensdragers schade veroorzaakte en een afschrikwekkend effect had op de internationale samenwerking op het gebied van kinderrechten.

De rechtbank Midden-Nederland had het klaagschrift van de klager afgewezen, waarbij zij oordeelde dat het beslag proportioneel en subsidiariteit in acht werd genomen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van de rechtbank nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de beslissing van de rechtbank bevestigd. De beschikking werd gegeven door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 mei 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op gegevensdragers wegens verdenking huiselijk geweld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/01195 B
Datum19 mei 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2025, nummer RK 24/019602, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben de advocaten J.J.J. Zwaan en J.W.D. Roozemond bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2026.