Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een klager werkzaam bij een kinderrechtenorganisatie in Engeland, die bezwaar maakte tegen beslag op zijn gegevensdragers in verband met een verdenking van huiselijk geweld. De klager stelde dat het Openbaar Ministerie al beschikte over de benodigde informatie omdat de telefoon van de aangeefster was veiliggesteld, en dat het beslag op zijn gegevensdragers schade veroorzaakte en een afschrikwekkend effect had op de internationale samenwerking op het gebied van kinderrechten.
De rechtbank Midden-Nederland had het klaagschrift van de klager afgewezen, waarbij zij oordeelde dat het beslag proportioneel en subsidiariteit in acht werd genomen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van de rechtbank nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de beslissing van de rechtbank bevestigd. De beschikking werd gegeven door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 mei 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op gegevensdragers wegens verdenking huiselijk geweld.