Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene werd geconfronteerd met een betalingsverplichting van ruim €861.000.
In het eerste cassatiemiddel werden klachten over het hofarrest geuit, maar deze konden niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling.
Het tweede cassatiemiddel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde. De Hoge Raad achtte deze termijnoverschrijding gegrond en besloot daarom de opgelegde betalingsverplichting te verminderen.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en stelde deze vast op €856.227. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €856.227 wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.