Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2024, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) uit hennepteelt was toegewezen.
De betrokkene voerde aan dat het hof ten onrechte het voordeel had vastgesteld zonder dat de verkrijging daarvan daadwerkelijk was vastgesteld, en dat het voordeel nihil dan wel aanzienlijk lager had moeten zijn vanwege een lager aantal planten bij de eerste oogst, een slecht oogstresultaat en de verdeling van het voordeel met een medepleger.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.