ECLI:NL:HR:2026:72

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
24/00677
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.B OpiumwetArt. 359a SvArt. 6 lid 1 EVRMArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking auto en strafvermindering wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk vervoeren van bijna 12 kilogram heroïne. De vrijspraak volgde na bewijsuitsluiting vanwege een onrechtmatige doorzoeking van de auto van de verdachte. Het hof oordeelde dat de onrechtmatige doorzoeking een onwenselijke en niet gerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormde, maar dat dit niet leidde tot schending van het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, zodat strafvermindering volstond als compensatie.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte volstond met strafvermindering en dat bewijsuitsluiting noodzakelijk was. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Daarnaast werd in cassatie geoordeeld dat de redelijke termijn was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 20 naar 19 maanden.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verminderde deze, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. Hiermee werd de vrijspraak gehandhaafd en werd de straf aangepast vanwege procedurele termijnoverschrijding.

Uitkomst: Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking en vermindering gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00677
Datum20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2024, nummer 22-001100-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat strekt tot bewijsuitsluiting.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 20 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 19 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 januari 2026.