Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
20 januari 2026.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete wegens rijden onder invloed, nadat eerder een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) was opgelegd waarvan hij de kosten moest betalen. De verdachte stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij dubbel zou worden gestraft, aangezien de in rekening gebrachte kosten voor de EMA hoger waren dan de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Het gerechtshof Den Haag wees het beroep van de verdachte af. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar vond dit niet aanleiding om een ander rechtsgevolg te verbinden gezien de opgelegde geldboete van €550.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en bevestigt daarmee de geldboete zonder dat sprake is van dubbele bestraffing.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de geldboete zonder dubbele bestraffing.