Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard door het hof Amsterdam omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, gebaseerd op artikel 408 lid 1 sub a Sv Pro. De verdachte betwistte de ontvankelijkheid en stelde dat de dagvaarding in eerste aanleg niet persoonlijk aan hem was uitgereikt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had vastgesteld dat de dagvaarding persoonlijk aan de verdachte was betekend, terwijl uit de akte van uitreiking bleek dat deze aan een huisgenoot was overhandigd en door deze persoon was ondertekend. Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring op grond van te late indiening niet begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en afdoening. De conclusie van de advocaat-generaal ondersteunde dit oordeel. De overige klachten werden niet behandeld vanwege de vernietiging.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring en wijst zaak terug voor nieuwe berechting wegens onjuiste betekening dagvaarding.