Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:707

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
24/01577
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bevestigd in cassatie inzake ontucht met jonge vrouw in verminderd bewustzijn

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontucht met een jonge vrouw die door alcoholgebruik in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. De rechtbank sprak de verdachte vrij, waarna het hof Amsterdam deze vrijspraak bevestigde. Het hof stelde vast dat de vrouw voorafgaand en tijdens de seksuele handeling in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, en dat de verdachte hiervan op de hoogte was.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een grondslagverlating had gepleegd door een ander feit te bewijzen dan ten laste was gelegd, en voerde bewijsklachten aan over het verminderd bewustzijn en het opzet van de verdachte daarop. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste betekenis aan het bewezenverklaarde had toegekend en dat het oordeel over het verminderd bewustzijn en het opzet van de verdachte voldoende gemotiveerd en begrijpelijk was.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof Amsterdam. De zaak betreft toepassing van artikel 247 (oud) Sr, waarbij het hof rekening hield met de omstandigheden waaronder de vrouw arriveerde bij de campusreceptie, haar fysieke toestand en verklaringen van getuigen. De Hoge Raad volgde de conclusie van de advocaat-generaal en sprak het arrest uit op 21 april 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens ontucht met een jonge vrouw in verminderd bewustzijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01577
Datum21 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 april 2024, nummer 23-000616-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en S.J. van der Woude bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.
2.2
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.3 tot en met 2.5.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 april 2026.