Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld op een 87-jarige man in diens woning. De verdachte had in hoger beroep verzocht om een deskundige te benoemen voor beoordeling van camerabeelden, maar dit verzoek werd voorwaardelijk afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over het daderschap en het bewijs beoordeeld, waaronder kentekenonderzoek en herkenningen, maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het hofarrest. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden en verminderde deze tot zeventien maanden en twee weken. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Dalebout en Damsteegt op 14 april 2026.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.