Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:657

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
23/04161
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.1 SrArt. 359.2 SvArt. 81.1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij poging diefstal met geweld

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld op een 87-jarige man in diens woning. De verdachte had in hoger beroep verzocht om een deskundige te benoemen voor beoordeling van camerabeelden, maar dit verzoek werd voorwaardelijk afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over het daderschap en het bewijs beoordeeld, waaronder kentekenonderzoek en herkenningen, maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het hofarrest. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden en verminderde deze tot zeventien maanden en twee weken. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Dalebout en Damsteegt op 14 april 2026.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04161
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 oktober 2023, nummer 23-004177-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P.M. Rombouts bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.