Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot moord waarbij de verdachte zijn ex-partner met een mes in het bovenlichaam heeft gestoken nadat hij met hun zoon bij hem aan de deur was gekomen. Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte veroordeeld op grond van artikel 289 Sr Pro.
In cassatie heeft de verdachte meerdere klachten ingediend, waaronder over de feitelijke vaststelling door het hof dat hij met het mes over een medeverdachte heen naar zijn ex-partner kon reiken, en over de uitleg van zijn uitlatingen en het oordeel over voorbedachte raad. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Dalebout en Kuiper, en het beroep is verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte voor poging tot moord in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot moord.