ECLI:NL:HR:2026:636
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 31 december 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor de betaling.
De brief werd volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier op 2 februari 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om te reageren op de niet-betaling. Deze kennisgeving werd ook per e-mail verzonden.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken op 10 april 2026 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.