ECLI:NL:HR:2026:634
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 24 december 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling.
De brief werd volgens Track&Trace afgehaald, maar het griffierecht werd niet voldaan. Op 3 februari 2026 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de vraag om opheldering over het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende ontving dit bericht, maar maakte geen gebruik van de gelegenheid om te reageren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 10 april 2026 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.