Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vierde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van invoer van grote hoeveelheden cocaïne, medeplegen van voorbereidingshandelingen, bezit van harddrugs en gewoontewitwassen.
De Hoge Raad heeft de ingediende cassatiemiddelen beoordeeld en oordeelde dat de klachten over de inhoud van het hofarrest niet tot vernietiging leiden. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, mede doordat de stukken te laat door het hof werden ingezonden en de cassatiefase meer dan zestien maanden duurde terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze van veertien jaren en acht maanden naar veertien jaren en drie maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Posthumus en Kuiper op 14 april 2026.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van veertien jaren en acht maanden naar veertien jaren en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.