Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake medeplegen van de invoer van 3.776 kilogram cocaïne. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan de duur onderwerp van geschil was.
In cassatie werden meerdere klachten ingediend, waaronder over het opzet en medeplegen, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard of verworpen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat het hof de processtukken te laat had ingezonden.
De Hoge Raad achtte deze termijnoverschrijding gegrond en besloot daarom de opgelegde gevangenisstraf te verminderen met twee jaren, tot een duur van één jaar en elf maanden. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige procesvoering en de toepassing van het redelijke termijn-beginsel in strafzaken, ook in complexe zaken zoals drugsinvoer. De Hoge Raad motiveert de beslissing over de termijnoverschrijding en strafvermindering uitvoerig, maar laat de overige klachten onbesproken wegens gebrek aan belang voor de rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot één jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.