Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:627

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
24/02580
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a.1.2 OpiumwetArt. 11b.2 OpiumwetArt. 140.4 SrArt. 420bis.1.b SrArt. 288.1.a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak voorbereiding cocaïnehandel en witwassen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2024, waarin verdachte werd vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, maar wel werd veroordeeld voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot cocaïnehandel en medeplegen van witwassen.

In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken van deelname aan de criminele organisatie, waarbij het hof oordeelde dat het witwassen het oogmerk van de organisatie was en dat verdachte een van de leiders was. In hoger beroep werden diverse bewijsklachten aangevoerd, onder meer over innerlijke tegenstrijdigheden en de vraag of verdachte daadwerkelijk een leider was.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 19 mei 2026.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof met veroordeling voor voorbereidingshandelingen en medeplegen witwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02580
Datum19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2024, nummer 23-004362-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2026.