Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het opzettelijk aanwezig hebben van 2.018,4 gram hennep in een zwarte afvalcontainer bij de woning van de moeder van de verdachte. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde anders en verklaarde het bezit bewezen.
De verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht op het punt van opzet, maar de Hoge Raad volgt het oordeel van het hof dat het volstrekt onaannemelijk is dat iemand anders dan de verdachte de hennep in de container heeft geplaatst. Het hof motiveerde dit oordeel voldoende en het cassatiemiddel leidt niet tot vernietiging van de bewezenverklaring.
Wel oordeelt de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van 100 uren en de vervangende hechtenis van 50 dagen worden verminderd tot respectievelijk 95 uren en 47 dagen. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het opzettelijk bezit van hennep en vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.