Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:614

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
24/00245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.C OpiumwetArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt opzettelijk bezit van hennep en vermindert taakstraf wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft het opzettelijk aanwezig hebben van 2.018,4 gram hennep in een zwarte afvalcontainer bij de woning van de moeder van de verdachte. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelde anders en verklaarde het bezit bewezen.

De verdachte stelde in cassatie een bewijsklacht op het punt van opzet, maar de Hoge Raad volgt het oordeel van het hof dat het volstrekt onaannemelijk is dat iemand anders dan de verdachte de hennep in de container heeft geplaatst. Het hof motiveerde dit oordeel voldoende en het cassatiemiddel leidt niet tot vernietiging van de bewezenverklaring.

Wel oordeelt de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van 100 uren en de vervangende hechtenis van 50 dagen worden verminderd tot respectievelijk 95 uren en 47 dagen. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het opzettelijk bezit van hennep en vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00245
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 januari 2024, nummer 20-002640-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar alleen voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het onder 1 bewezenverklaarde.
2.2
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 6.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9 en 10.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.